Schema:
Toelichting:
De uitgebreide procedure van de Wabo is, conform artikel 3.10 Wabo, van toepassing op aanvragen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op:
a. Activiteiten die enerzijds in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan of beheersverordening maar anderzijds niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit bevat een goede ruimtelijke onderbouwing (voorheen het projectbesluit);
b. Idem, echter voor een bepaalde termijn van ten hoogste vijf jaar (voorheen de tijdelijke ontheffing);
c. Het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk in met het oog op de brandveiligheid bij amvb aangewezen categorieen gevallen (voorheen de gebruiksvergunning Besluit gebruik bouwwerken);
d. Het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk (voorheen o.a. de mijnbouwmilieuvergunning Mijnbouwwet en de milieuvergunning Wet milieubeheer);
e. Het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht (voorheen o.a. de vergunning voor beschermde rijksmonumenten Monumentenwet);
f. Gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel 2.27 Wabo noodzakelijk is;
g. Gevallen die behoren tot een bij amvb aan te wijzen categorie met mogelijk belangrijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving of de belangen van derden;
h. Activiteiten waarvoor een vergunning noodzakelijk is die kan aanhaken bij de omgevingsvergunning (o.a. besluit hogere waarden Wet geluidhinder, zie verder bijlage II Memorie van toelichting Wabo).
Het processchema gaat uit van de algemene uitgebreide procedure. Binnen de uitgebreide procedure is sprake van enkele uitzonderingen:
I. In gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) noodzakelijk is, worden enkele stappen toegevoegd aan de procedure. Deze stappen zijn gericht op het verkrijgen van de vvgb (artikel 3.11 Wabo);
II. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk moet extra aandacht aan het milieuaspect worden besteedt (artikel 2.14 Wabo);
III. Het bevoegd gezag kan bepalen dat de toepassing van artikel 3.1 of afdeling 3.4 Awb geheel of gedeeltelijk achterwege blijft, indien:
1) De aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvan de uitvoering als gevolg van een ongewone omstandigheid op korte termijn nodig is;
2) De uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie dat vereist;
IV. Afdeling 3.4 Awb is niet van toepassing op een omgevingsvergunning gericht op het veranderen van een inrichting of mijnbouwwerk of de werking daarvan:
1) die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende (omgevings)vergunning is toegestaan;
2) waarvoor geen verplichting bestaat tot het maken van een milieu-effectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 Wet milieubeheer;
3) die niet leidt tot een andere inrichting of mijnbouwwerk dan waarvoor eerder een (omgevings)vergunning is verleend.
Met deze uitzonderingen wordt, vanwege de overzichtelijkheid, in het processchema voor de uitgebreide procedure onder de Wabo geen rekening gehouden. Indien gewenst is het mogelijk om op aanvraag deze verdieping in het processchema aan te brengen.